Replies

  • Hallo Elinexxx,

    Het kan inderdaad lastig zijn om een meetinstrument bij een ander onderzoek te vinden dat volledig is uitgewerkt en geoperationaliseerd. Dit is een feitelijk probleem waar jij niks aan kunt doen. En eigenlijk is het een tekortkoming van huidig gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek. De uitgewerkte of geoperationaliseerde meetinstrumenten zouden bij het onderzoek bijgevoegd moeten worden, zodat andere onderzoekers het kunnen repliceren danwel aan kunnen passen ten behoeve van hun eigen onderzoek. Je kunt dan hooguit hetgeen wat in de methode staat beschreven als leidraad nemen. Ik neem aan dat je zelf al flink hebt gezocht. Hooguit kun je nog proberen de auteur(s) te contacteren en te vragen of zij bijvoorbeeld hun operationalisatieschema’s ter beschikking zouden willen stellen (als die er zijn). Anders is het gewoon ook iets dat je bij je begeleider kunt aankaarten, namelijk dat je wel graag de geoperationaliseerde instrumenten zou willen gebruiken, maar dat die er in de meeste gevallen gewoon niet zijn, en dus dat je hooguit kunt afgaan op wat in de methode beschreven wordt. Sommige dingen zijn er gewoon niet, en dat is niet jouw schuld.

    Hallo Sisi,
     
    Dank je wel voor je vraag. Er zijn een aantal zaken van belang bij het opstellen van de deelvragen. Een van die zaken is dat de deelvragen een aspect van de hoofdvraag representeren. Samen dienen de deelvragen de gehele hoofdvraag te representeren/beantwoorden. Zie de hoofdvraag als een groot vierkant en de deelvragen als kleine vierkantjes. Wanneer de kleine vierkantjes in het grote vierkant worden gezet, dekken ze het gehele vierkant.
     
    In dit geval zijn er een aantal zaken die opvallen:

    • – de ik-vorm in de laatste zin is af te raden;
    • – het liefst gebruikt men geen haakjes in de hoofdvraag;
    • – ‘hoe worden ze bewust’ is niet concreet genoeg

     
    In principe is deelvraag 3 een betere hoofdvraag omdat deelvraag 3 een onderzoekende en overkoepelende vraag is, waarbij het logischer is als de huidige beschrijvende hoofdvraag juist een deelvraag is.
     
    Je kunt de hoofdvraag als volgt opstellen (bijvoorbeeld): Hoe kunnen jongeren tussen 12 en 16 bewust worden gemaakt van de positieve en negatieve gevolgen van social media?
     
    Echter, je mist ook een specificatie op locatie. Waar komen deze jongeren vandaan? Jongeren in Nederland? Of bijvoorbeeld Den Haag.