Replies

  • De bespreking van de validiteit en betrouwbaarheid speelt bij een rechtenscriptie een wat minder grote rol, omdat er veelal gebruik wordt gemaakt van wetten en wetsteksten. Er kan vanuit worden gegaan dat deze teksten betrouwbaar zijn ter beantwoording van de hoofdvraag. Doorgaans wordt aan het begin van een rechtenscriptie aangegeven welk soort bronnen gebruikt worden. De betrouwbaarheid kun je verhogen door verschillende soorten bronnen te gebruiken. Bijvoorbeeld jurisprudentie, praktijkonderzoek en wetsteksten.

    De Leidraad (versie 2019) zegt hier niks over. Echter, Europese wetgeving zoals de AVG begint in de preambule vaak zo:

    Overwegende hetgeen volgt:

    (1) De bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens is een grondrecht. Krachtens artikel 8, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het „Handvest”) en artikel 16, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) heeft eenieder recht op bescherming van zijn persoonsgegevens.
    (1) t/m (173) zijn dus ‘overwegingen’; ‘recital’ in het Engels. Het valt aan te bevelen om dit in de voetnoot – regelgeving hoeft volgens de Leidraad niet in de bronnenlijst – te vermelden als, bijvoorbeeld,
    Overweging 1, 5, en 7 AVG.
    Dit is namelijk de manier die het vaakst gebruikt wordt in de literatuur.