Replies

  • Hallo Eva,

    Dankjewel voor je vraag. Naar een handleiding kun je inderdaad verwijzen middels een APA-vermelding in je literatuurlijst en lopende tekst. Als je citeert uit de handleiding of informatie geparafraseerd hebt, is dat zelfs verplicht. Naar de output van je dataverzameling hoeft je niet te verwijzen in je literatuurlijst. Als het goed is beschrijf je namelijk die output in detail in je resultatenhoofdstuk, en interpreteer je de output tot een conclusie in je conclusiehoofdstuk.

    Hallo Noa,

    Bedankt voor je vraag. Het is doorgaans niet verplicht om je interviews naar je beoordelaars toe te onderbouwen met audio. Een transcript volstaat, tenzij anders gezegd door je onderwijsinstelling.
    Hallo Nicolas,
    Vervelend dat je dit meemaakt. Is het een mogelijkheid dat je met je medestudent afspreekt dat je in het voorwoord van de scriptie opneemt wie voor welke delen verantwoordelijk is? 

    Hallo Eline,

    Dank voor je vraag. Dit soort vragen naar aanleiding van correcties behandelen we eigenlijk niet op het forum en kun je via mail sturen. We geven hier antwoord op algemene vragen.

    Desalniettemin: als zaken nog moeten worden uitgevoerd, kunnen ze in tegenwoordige tijd (maar ik heb zelf je rapport niet ingezien).

    Wat betreft je tweede vraag: in plaats van de ik-vorm kan de term ‘de onderzoeker’ worden gebruikt.

     

     

     

    Juist. Bedankt voor je uitleg. Dan zou ik persoonlijk voor de vierde vraag kiezen. Bij de derde vraag impliceert ‘in werking treden (…) voor de werkwijze…’ eigenlijk al juridische gevolgen naar mijn mening. Dus dan wordt het dubbelop.

    Ik adviseer je om de hoofdvraag altijd voor te leggen aan je begeleider, zodat hij/zij deze kan goedkeuren.

    Hallo GlennLive,

    Bedankt voor je vraag. Vraag 1 en 2 zijn te begrijpen. 3 en 4 zijn lastiger te begrijpen. Wat bedoel je met dit:
    onder de Wet openbaarheid van bestuur, Algemene wet bestuursrecht, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet ruimtelijke ordeningen en de Wet waardering onroerende zaken?

    Hallo Rick,

    Het is een erg interessant onderwerp en je kunt er vele kanten mee op.

    Het wetsvoorstel excessief lenen heeft als doel het voorkomen van belastingafstel of -uitstel door een aanmerkelijkbelanghouder, en daarnaast het opheffen van het fiscale verschil tussen een ondernemer voor de inkomstenbelasting en een aanmerkelijkbelanghouder. Het is echter de vraag of het in de praktijk daadwerkelijk tot meer fiscale gelijkwaardigheid zal leiden. Vanuit dit perspectief bekeken, zou een onderzoeksvraag kunnen luiden:

    In hoeverre draagt het wetsvoorstel excessief lenen bij aan het verminderen danwel opheffen van het fiscale verschil tussen een ondernemer voor de inkomstenbelasting en de aanmerkelijkbelanghouder?

    Een andere invalshoek is dat er bezwaren zijn tegen dit wetsvoorstel. Het zou te rigoureus zijn en volgens sommigen zou het meer uitzonderingen moeten bevatten. Anderen beweren dat het zelfs in strijd is met EU-recht. Zo kan zich een situatie voordoen waarin de aanmerkelijkbelanghouder op zakelijke gronden geld leent voor investeringen, die vervolgens buiten zijn schuld om waardeloos worden. In het wetsvoorstel wordt over een fictief inkomen belast. In dit geval zal er echter ook sprake zijn van een fictief vermogen. Het belasten ervan is dan zodanig disproportioneel dat het in strijd zou kunnen zijn met artikel 1 EVRM. Een hoofdvraag vanuit deze invalshoek is:

    In hoeverre is het wetsvoorstel excessief lenen in strijd met artikel 1 van het EVRM? 

    Dit zijn zomaar wat suggesties. Je zult zelf in samenspraak met je begeleider dienen te bepalen welke richting je op wilt en welke invalshoek je wilt nemen. Ook is het van belang dat je onderzoeksvraag door je schoolbegeleider wordt goedgekeurd.

    Deze reactie is aangepast door een Scriptium moderator

    Het is niet toegestaan om een oproep te plaatsen voor het laten schrijven van een verslag of scriptie als reactie op dit forum.

    Ik zit te twijfelen of mijn onderzoek een kwalitatief of kwantitatief onderzoek moet worden. Mijn onderzoeksvraag is: In hoeverre moeten social media ingezet worden om participatie van jongeren in een gemeenteproject van gemeente x te vergroten? Is het handiger om hiervoor een enquête te houden of moet ik juist op zoek gaan naar diepgaandere antwoorden? Kan iemand me advies geven hierover? Alvast dank!

    De vraag lijkt een kwantitatief onderzoek in de vorm van een enquête te rechtvaardigen. De reden is dat je niet zozeer vraagt naar de beleving van de jongeren met social media, maar of het moet worden ingezet of niet. In feite is het een ‘verdekte’ gesloten onderzoeksvraag, want de vraag kan zo geformuleerd worden: ‘moeten social media worden ingezet om…’. Het antwoord daarop is ja of nee. Het nodigt niet uit tot diepere analyses. Om die reden past in mijn optiek een kwantitatief onderzoek beter. Maar je kunt erover discussiëren, en als je een kwalitatief onderzoek makkelijker vindt, kun je interviews overwegen.

    Maar als je de initiële vraag doortrekt zit er ook een waarom-vraag in: “waarom moeten social media ingezet worden?” want er zullen vast redenen worden gegeven.

     

    lorem ipsum donor

    Ik twijfel of ik een kwalitatief of kwantitatief onderzoek moet verrichten. Mijn onderzoek gaat over de vergelijking van twee afdelingen op een bedrijf en het ziekteverzuim daarvan. Welke van de twee moet ik kiezen?

    Lorem ipsum donor

    @Ringeloor sommige scripties of langere onderzoeken zoals een dissertatie hebben naast de literatuurlijst een bibliografie. Dit is een lijst met literatuur en theoriewerken die gebruikt zijn ter inspiratie en referentie aan het huidige onderzoek. Eigenlijk betekent dat grofweg dat je als onderzoeker naar die bronnen gekeken hebt en er inspiratie uit hebt ontleent, maar dat je er nooit daadwerkelijk uit geciteerd hebt of informatie in je scriptie hebt geparafraseerd. De bron verschijnt dan dus niet in je literatuurlijst (want er is geen verwijzing in de tekst), maar technisch gezien is de inhoud wel gebruikt als theoretische fundering voor jouw onderzoek. Dus: een bibliografie geeft bronmateriaal weer waaruit geen citaat of parafrase is gebruikt.

    Het is inderdaad zo dat de onderdelen binnen je inleiding afhankelijk zijn van je studie. Maar toch zijn er tussen studies overeenkomsten. Je inleiding begint doorgaans met een aanleiding, daarna een probleemstelling en doelstelling, en daar volgt dan de onderzoeksvraag uit. Daarna volgen de deelvragen en een leeswijzer. Als extra onderdelen kunnen studies verwachten dat je een relevantie schrijft (wetenschappelijke relevantie vs. maatschappelijke relevantie) en soms een kort overzicht van het type onderzoek + bronmateriaal. Het belangrijkste is echter dat je de inleiding in trechtervorm schrijft. Dat betekent dat je bovenaan (bij de aanleiding) breed begint, en dan toespitst naar het puntje van je inleiding: de onderzoeksvraag en deelvragen. Meer informatie over de inleiding en het schrijven in trechtervorm kun je via deze links vinden: https://www.scriptium.nl/de-inleiding/.